Onze accommodatie bestaat uit een zolderhok en een gemetseld tuinhok. Het zolderhok is verdeeld in 5 afdelingen die allen samenkomen op een gang. Het zolderhok bezit 37 broedbakken, het tuinhok bezit 20 broedbakken. De hokken worden dagelijks gekuist. Zodra de duiven op weduwschap zitten worden de hokken twee maal daags gekuist.

Na jaren succesvol het nestspel te hebben gespeeld op het tuinhok is besloten, mede vanwege het overvollen c.q. drukke programma, om vanaf 2013 uitsluitend nog weduwnaars te spelen en de internationale morgenlossingen van de ZLU vaarwel te zeggen. Voorheen werden de jaarling doffers gekoppeld aan de oude nestduivinnen op het tuinhok, tegenwoordig worden uitsluitend de doffers gespeeld op weduwschap. 

De jaarling doffers worden tenminste één keer gespeeld op een grote fondvlucht. Afhankelijk van de zwaarte van de vlucht en de geleverde prestatie wordt beoordeeld of de duiven op een tweede grote fondvlucht worden gespeeld. De oude doffers worden tenminste twee keer gespeeld en bij voorkeur drie keer op een grote fondvlucht.

De vliegduiven worden medio februari gekoppeld. Enkel de jaarling doffers brengen een jong groot. Van de betere vliegduiven worden de jonge verlegd onder de jaarling doffers en hun duivin. De oude doffers laten we ‘vuilbroeden’. Zodra het koppel niet meer broed worden de duivinnen van het hok genomen. De jaarling doffers behouden hun duivin, waardoor als het ware weduwnaars tussen de nestduiven zitten. Zodra de jongen ca. 14 dagen zijn worden de oude vliegdoffers voor een tweede maal gekoppeld. Ditmaal laten we de oude doffers maximaal drie dagen broeden. Alle gekweekte jongen kunnen worden afgezet en de duivinnen worden van het hok genomen, waarna het weduwschap wordt gespeeld.

In de regel spelen we het weduwschap vanaf twee weken voor de eerste grote fondvlucht. In de periode hiervoor worden de duiven ingespeeld op kleine jongen en/of op eitjes zoals hierboven omschreven.

In het voorjaar wordt er kritisch naar de weersverwachtingen gekeken om te bepalen of de duiven worden gekorfd c.q. hoe de duiven worden afgericht. Onze ervaring is dat de oude doffers vrij snel het vliegritme kunnen oppakken. Voor de jaarling doffers is het van belang dat deze in het voorjaar een aantal maal achter elkaar worden gekorfd om het vliegritme op te pakken. De duiven worden dusdanig gericht dat de totaalsom van de africhtingsvluchten 1000 kilometer of meer bedraagt, verdeelt over 5 of meer vluchten.

Gedurende het vliegseizoen worden de duiven welke niet aan een wedvlucht deelnemen door ons zelf weggebracht voor een trainingsvlucht. Ook nu zijn de weersinvloeden bepalend voor de afstand van de trainingsvlucht. De duiven worden 50 tot 150 km weggebracht en één voor één gelost zodat de trainingsvlucht lastiger wordt gemaakt. Aan het thuisfront worden de duiven opgevangen en bij de duivinnen gelaten. Voor het inkorven worden de duivinnen nimmer getoond. Nadat de duivinnen van het hok zijn gehaald worden de doffers soms gedompeld in bad. Dit heeft tot effect dat de rust op de hokken sneller terug keert. 

Nadat de laatste grote fondvlucht heeft plaatsgevonden worden de duiven gekoppeld en krijgen ze de gehele vrijheid. Ze mogen de hele dag doen en laten wat ze willen. Tot medio december blijven de duiven bij elkaar zitten. Nadat we de duiven hebben gescheiden vind de grote schoonmaak plaats en daarmee de voorbereiding op het nieuwe vliegseizoen.